Historie van de club 
 
Op 5 januari 1931 wordt in Hoogezand een Hockeyclub opgericht: De Mixed Hockeyclub Hoogezand Sappemeer. In dit artikel blikken we terug op 80 jaar hockeygeschiedenis in Hoogezand-Sappemeer.

In deze terugblik proberen we de vereniging en de mensen daarin te belichten zonder een droge opsom­ming van feiten te geven. Zo'n opzet zou weinig interessant zijn.
Om feiten, verhalen en achtergronden boven tafel te krijgen is gepraat met leden en oud-leden, terwijl ook dankbaar is gemaakt van de gegevens die Maarten Rietveldt heeft verzameld ter gelegenheid van het vorige jubileum.

De opbouw zal chronologisch zijn: beginnend bij de oprichting zal geprobeerd worden een zo duidelijk en compleet mogelijk beeld te geven van de Mixed Hockey Club Hoogezand-Sappemeer dat begon op een veld vol molshopen en uitgegroeid is tot MHC Dash, een vereniging met een van de mooiste accommodaties in Noord-Nederland.

Dat in de gemeente Hoogezand-Sappemeer een hockeyclub kon worden opgericht is voor een groot deel de verdienste geweest van de heer H.L. Lamberts, een enthousiast hockeyer die gymnastiekles gaf aan de Rijks-HBS te Sappemeer. Doordat hij in zijn lessen de leerlingen regelmatig liet hockeyen ontstond er een groep jonge mensen die enthousiast raakten over hockey. In deze groep ontstond het idee een eigen club op te richten. Dat het niet bij ideeën alleen bleef bleek uit het feit dat er op 5 januari 1931 een hockeyclub werd opgericht (al zijn er andere bronnen die zeggen dat op 10 januari 1931 tijdens een feest is gepraat over het oprichten van een hockeyvereni­ging, waarop diezelfde avond werd besloten de oprichtingsvergadering te plannen op 21 januari 1931). Hoe dan ook, in januari 1931, ging de nieuwe vereniging van start onder de naam MHCHS: de mixed hockeyclub Hoogezand-Sappemeer.
 
Bestuur MHC Dash 1941
Bestuur MHC Dash 1941
 
Het oprichten van een club is één, om ook daadwerkelijk te kunnen hockeyen is echter meer nodig. Zo had de club natuurlijk een speelveld nodig. Overleg met de toenmalige wethouder Burema bracht uitkomst. MHCHS mocht het veld op de Van Royenstraat gebruiken onder de voorwaarde dat er "met die stokken geen gaten werden gemaakt". Die "stokken" moesten echter wel voor elke wedstrijd ingezet worden om de molshopen te egaliseren om zo het veld speelklaar te maken. Door ruim­te gebrek fungeerde een plaat­selijk café als kleedkamer.

In het begin had de vereniging zeven­tien leden en er werden op woensdag­- en zaterdagmiddagen regelmatig wedstrijden gespeeld. Doordat het ledental al snel begon te groeien ging men op een gegeven ogenblik op zoek naar een beter veld. En even dacht men dit te hebben gevonden op het sportveld aan de Meint Venin­gastraat. Dit veld moest samen wor­den gebruikt met de gymnastiekver­eniging H.S. Omdat dit problemen gaf keerde de hockeyvereniging al weer vrij snel terug naar het veld aan de Van Royenstraat. In 1936 telde de club circa dertig leden en in die eerste vijf jaren had men alleen onderlinge of vriendschappelijke wed­strijden gespeeld, o.a. tegen HCW (Winschoten) en HCG (Gro­ningen). Op voordracht van HCW en GHBS werd de vereniging in 1936 voorgedragen bij de hockeybond. De naam MHCHS moest uiteraard vervangen worden door een "echte naam". Een woordenboek Engels moest uitkomst bieden. De naam "flick" (slag of klap) werd als meest toepasselijke naam gekozen. Toen de club echter onder deze naam werd voorge­dragen duurde het niet lang tot het Hoofdbe­stuur van de KCHB in de persoon van Jhr. Mr. L.J. Quarles van Ufford reageerde. De Hockeybond vond de naam op zichzelf wel leuk maar sprak de angst uit dat de naam aanleiding zou geven tot "zotterij en spotterij". Een andere naam moest worden gekozen. Het woordenboek werd weer geraadpleegd en men kwam uit bij het woord "DASH" dat dezelfde betekenis heeft als "flick" en zelfs nog meer: "(vooruit)stormen en vermorzelen".

Nadat deze naam en de statuten op 14 janu­ari 1937 waren goedgekeurd werd de MHC Dash lid van de KNHB zodat er in competitieverband gespeeld kon worden. Omdat de KNHB ervan uitging dat de jonge vereniging geen beschikking had over goede en geroutineerde spelers werd Dash ingedeeld in de laagste, derde klasse. Dat deze klasse te laag was bleek al snel. Uitslagen van 20-0 waren geen uitzon­dering. Maar na promotie naar de tweede klasse, bleek ook daar dat Dash meer in zijn mars had en al snel speelde Dash mee in de Promotieklasse.
 
Diner Dansant hotel Faber 1941
Diner Dansant hotel Faber 1941
 
Het vijftigste lid kon in het eerste oorlogs­jaar 1940 worden bijgeschreven. In 1941 bestond de club tien jaar en het toenmalige bestuur wilde dit uiteraard niet graag onopgemerkt voorbij laten gaan. Om het een en ander in stijl te vieren en de bezetters wat te jennen werd eerst in koetsjes met mooi opgetuigde paarden een rondrit door Hoogezand en Sappemeer gemaakt. Hierna werd een receptie en 's avonds een dinerdansant gehouden met het ensemble van Evelyn Novacek. De zaal van Hotel Faber was voor deze gelegenheid versierd met vele oranje bloe­men. Toen de plaatselijke veldwachter (een NSB-er) op gegeven ogenblik wilde controleren of de sluitingstijd werd nageleefd, werd terstond het Wilhelmus gezongen wat de veldwachter zeer kwaad maakte. Er werd door hem een klacht ingediend maar gelukkig liep dit met een sisser af. Voor velen was deze dag een belevenis die nog lang bleef hangen.
 
In de eerste jaren van de oorlog kon nog normaal in competitieverband worden gespeeld en Dash deed het erg goed. In 1942 speelde Dash zelfs tegen Gronin­gen om het Noorde­lijk Kampioenschap. Vol vertrouwen dacht het eerste team deze titel binnen te halen maar de Groningers waren nog zelfverzekerder. De bossen bloemen voor de Groninger spelers lagen al klaar. En die konden na de wedstrijd ook inderdaad aan hen uitgereikt worden. De Dash-heren verloren de strijd om het Noordelijk Kampioenschap helaas nipt: 2-1.

Kampioenselftal 1941
Kampioenselftal 1941

In deze jaren moest men ook buiten het veld om zijn inzet en creativiteit laten zien. Vervoer naar andere clubs voor een wedstrijd of een toernooi werd in deze oorlogsjaren steeds moeilijker en regelmatig werd de afstand per Jan Plezier of sleperswagen overbrugd. De mensen in Hoogezand leefden echter zo mee dat men graag zo snel mogelijk de tus­sen- en eindstand wilde weten. Om deze standen door te geven werd, bij gebrek aan goede telefoonverbindingen, teruggegrepen naar een aloud maar doeltreffend middel: de postduif. De vader van de toenmalige voor­zitter, de heer R.Wortelboer, was een enthousiaste duivenmelker en hij gaf regel­matig twee duiven mee zodat de rust- en eindstand direct kon worden "doorgeseind". Zo kon het gebeuren dat na een gewonnen wedstrijd de spelers thuiskwamen en zich direct in het feestgedruis konden storten dat al in volle gang was!

Na de oorlog maakte Dash een goede perio­de door. De club werd groter en groeide naar zo'n zestig leden. Bovendien werd het veld aan de van Royenstraat verruild voor een veel beter en mooier veld op het mid­denterrein van de Renbaan te Sappemeer. Ondertussen was de Promotieklasse, waar zowel het eerste dames- als herenteam in speelden opgeheven, zodat beide teams in de eerste klasse uitkwamen. De spelers van Dash stonden bekend als technische en zeer balvaste spelers. Dat toen ook al echt hard werd geschoten merkte iemand die zijn fiets achter een doel had neergezet. Toen Dash-speler Begeman na een rush een schot op het doel waagde ging deze bal helaas net naast. De bal trof echter een wiel van de geparkeerde fiets en na een kleine inspectie bleek het complete ventiel van de band afgeschoten!

Hoewel het hockeyspel steeds belangrijker werd waren ook de "buitensportse activiteiten" nog erg belangrijk. Er waren tal van jaarlijkse festiviteiten en feesten die door de leden zeer druk bezocht werden. Zo werden ieder jaar zeiltochten gehouden (veel leden hadden een eigen boot) op het Zuidlaardermeer. Tijdens zulke zeiltochten werd er in formatie over het Zuidlaardermeer gevaren waarbij de boot van de voorzitter als een admiraalsboot was opgetuigd met een grote groene vlag in de top van de mast. In het kielzog uiteraard altijd een bevoorradingsschip met een ruime hoeveel­heid eten en drank aan boord. De tocht leidde veelal naar het Foxholstermeer waar bij een eiland werd aangelegd om te e­ten en om spelletjes te doen. Steevast eindigde de "toer" bij paviljoen "de Bloemert" waar nog ruim de gelegenheid was om gezellig na te praten. In die jaren was de saamhorigheid onder de leden groot en de sfeer goed. Hierbij dient wel opgemerkt dat de leeftijdspreiding destijds zeer klein was en de club uiteraard veel kleiner dan tegenwoordig.

In de naoorlogse jaren oorlog bleef het ver­voer een probleem. Vaak werd gereisd per openbaar vervoer en soms per auto. Dat een autoreis niet altijd even gemakkelijk ging bewijst een reisverslag van september 1949: 's morgens vertrok men al om acht uur naar Leeuwarden voor het spelen van een toernooi. Een van de rij­ders had een auto bij zich waarvan het koel­water steeds begon te koken en om de tien kilometer moest iemand nieuw koelwater ergens vandaan halen. Uiteindelijk kwam men vijf minuten voor aanvang van de wed­strijden op het sportveld bij Leeuwarden aan. Hier bleek de kruk van de achterklep te zijn gesprongen, zodat iemand voorzichtig de achterleuning los moest maken voordat de sticks en tassen konden worden gepakt.

Een goochelaar binnen en buiten het veld was de heer Herman Kranenborg, een speler die over de nodige balvaardigheid beschik­te, en daarbij ook de nodige inzet vertoon­de. Toen hij eens, door een iets te grote lijfe­lijke inzet, een tegenstander omverliep waardoor deze licht geblesseerd raakte, liet ook hij zich op de grasmat vallen en begon luid te kermen. Toen enkele medespelers bij hem kwamen moest hij wel zeggen dat hem niets mankeerde waarop de teamgeno­ten zich lachend omdraaiden. Ook buiten het veld was de heer Kranenborg een echte goochelaar. Zo zat hij eens met een team in de trein naar Leeuwarden toen bleek dat hij geen kaartje bij zich had. Toen de conducteur onder andere via diver­se goocheltrucs helemaal in de war was gebracht werd het ontbrekende kaartje uit de pet van deze conducteur getoverd. De verbouwereerde conducteur deed snel de rest van de reizigers om zich weer bij de club hockeyers te voegen. Ook werden de jeugdleden vaak getrakteerd op zijn verrassende trucs, maar dan onder de naam de Grote Hakanini.

Dat vele vereni­gingen vroeger schijnbaar nog niet zo ruim bedeeld waren blijkt uit het verhaal dat in die tijd eens een wedstrijd werd gespeeld tegen de Groninger Studenten. Deze wedstrijd werd gespeeld op Appelbergen, en de wedstrijd ging mooi gelijk op. Op gegeven moment echter vloog de bal na een hard schot over de lijn en stuiterde pardoes een konijnenhol in! De bal kon niet meer gepakt worden waarna de wedstrijd, omdat er geen reservebal was, gestaakt moest worden.
 
De dames van Dash speelden tot 1950 in de eerste klasse, de heren degradeerden helaas in 1948 naar de tweede klasse. Toen ook de dames degradeerden werden de tijden moei­lijker voor Dash. Het ledental daalde lang­zaam maar zeker en regelmatig werd opgeroepen tot het houden van ledenwerf­acties. Dat het eerste Herenteam in 1953 nog voor een seizoen in de eerste klasse terugkeerde mocht weinig helpen. Dat de prestaties op een wat lager niveau lagen laat een (mixed) Hockeywedstrijd zien die in 1956 werd gehouden ter ere van het 25-jarig jubileum. Het ‘oude team’ met spelers en speelsters die in 1938 in de eerste elftallen speelden, won met 4 - 2 van het 1956-team.

In 1961 ziet Dash weer een 25-tal goede spelers vertrekken. In dit jaar stelden de ‘Hommes Leden’ een aantal eisen die op de algemene ledenvergadering niet gehono­reerd werden. Gevolg was een bestuurscrisis en het vertrek van een grote groep goede spelers die verder zouden spelen in een eigen hockeyvereni­ging; de IHHC (deze club is overigens in het begin van de jaren 70 weer opgeheven).
 
Promotie naar 1e klasse 1966
vlnr Hans Pot, Paul Benes, Rienk de Vries,Piet Hoepman,Tobias Albronda, Coen Seljee, Jaap Eikema, Marinus Beumer,Luurt Siertsma, Kees Benes, Henk Bekius

In 1964 breken eindelijk andere, en betere tijden aan. In dit jaar krijgt Dash een nieu­we accommodatie op "de Kalkwijk". Een accommodatie met drie hockeyvelden, een clubhuis en goede kleedkamers. De nieuwe huisvesting zorgde er tevens voor dat het ledental weer begint te groeien. In 1969, het jaar dat Heren 1 terug keert in de Eerste Klasse, was het ledental 90 en steeg het in de jaren’ 70 door naar 150. Wat in al die jaren niet veranderde was de goede sfeer en het gevoel van saamhorigheid. Ook in de jaren 70 werden er voor en door de leden van de vereniging vele activiteiten, zowel op als buiten het hockeyveld, georganiseerd. Zo liep de hockeyclub altijd mee met de Avondvierdaagse, werden er trainingskampen georganiseerd en kon men aan allerhande toernooien meedoen. De leeftijdsspreiding werd groter en steeds meer jongere leden raakten geïnteresseerd in het hockeyen. Dat Dash ook jonge hockeyers kon opleiden bleek wel uit het feit dat in 1974 zowel meisjes D als jongens D kampioen werd in hun klasse. In de jaren die daarop volgde werd de minimumleeftijd verlaagd naar 8 jaar (zogenaamde Kabouters, later mini's genaamd). Door die leeftijdverlaging en de stijgende populariteit van de hockeysport bleef het ledental oplopen tot ruim 330 in 1980.

In 1981 vond er een receptie plaats ter ere van het 50-jarig bestaan van de club. De jongste leden van de club, de mini's kwam elk met een roos voor het bestuur naar de receptie. Dat lustrum werd georganiseerd, "in elkaar gedraaid", door Gé Hindriks en Rimmy Jap. De families Hindriks en Jap zijn bekende namen uit die tijd. Bé Hindriks heeft van 1973 tot 1998 in het bestuur gezeten (vanaf 1986 als voorzitter) en vormde met vrouw Gé en kinderen een echt hockeygezin (de kinderen hockeyden in die tijd, Bé zat in het bestuur en was scheidsrechter en Gé is lange tijd minicoördinator geweest). Ook de familie Jap was erg actief. Was het niet om een lustrum te organiseren, dan wel om de Dashkroniek te maken of te koken tijdens een trainingsweekeinde in Eext.

Niet alleen de namen Jap en Hindriks zijn bekende namen uit die tijd, ook de familie Kranenborg, Beekhuis, Bakker, Schmiedt, Coops, Olthof en Hijlkema waren erg actief (zowel binnen als buiten het veld). Ook Douwe Peper en Gerry de Jong zijn twee aansprekende namen uit die tijd. Zij waren gedurende een flink aantal jaren gezamenlijk verantwoordelijk voor het technische beleid van de club. Douwe had de dames onder zijn hoede en speelde zelf in het begin nog in het eerste van Dash mee en Gerry was, als speler/trainer/coach aan het eerste heren elftal verbonden en was tevens verantwoordelijk voor de onderliggende heren/jongenselftallen.
 
Het was in die jaren erg gezellig op, en rond het hockeyveld. Dat het in die tijd een echt familiegebeuren was, bleek ook uit het eerste Familiedagtoernooi dat in 1981 werd georganiseerd. Ware topteams werden samengesteld door hockeyende families en naast goed hockey bracht het toernooi veel gezelligheid. In die tijd zijn ook diverse "nieuwe" hockeyfamilies ontstaan, of ten minste het begin van nieuwe hockeyfamilies zoals, o.a. Jaap Erik Pijlman en Harriëtte Buikema, Han Holtman en Harriët Scholtens, Harry Hendriks en Monica Boomsma, Hilda Boomsma en Henk Hendriks, Jan van der Tuin en Els. Dit lijstje is niet uitputtend, er zijn nog vele relaties en huwelijken op en rond de velden van Dash ontstaan, maar het lijstje illustreert in ieder geval hoe hecht en gezellig het destijds op de club was.

Hecht en gezellig en met velen. De hockeyclub Dash beschikte in die tijd o.a. over twee veteranen en een veterinnenelftal, 2 dames- en vier herenelftallen en in vrijwel alle leeftijdscategorieën waren er naast eerste elftallen ook tweede elftallen (A, B, C en D). Doordat de hockeysport steeds popu­lairder werd en ook bij Dash het ledenaantal groeide, werden de drie velden van Dash in de jaren '80 overbespeeld en waren ze in die tijd in de tweede helft van de competitie meer zwart dan groen. Toch leed het spel er niet onder. De dames promoveerden uiteindelijk van de tweede klassen naar de overgangsklasse en zorgden er in dat overgangsklassejaar voor dat MHC Dash in den lande een goede naam opbouwde. De afstanden naar de uitwedstrijden werden veelal per trein overbrugd. Wat af en toe voor hilarische taferelen zorgde. Zo stond Roelien de Vries niet echt bekend om haar stiptheid en nadat zij weer eens op het allerlaatste moment op het perron arriveerde werd zij door het raam naar binnengetrokken om toch mee te kunnen. Ter voorbereiding op de eerste wedstrijd op kunstgras tegen HGC (HOC-Gazellen Combinatie) werd de dag van te voren richting Den Haag gereisd. Overnacht werd er op zolder bij de zuster van Douwe Peper in Wassenaar en vanuit de logeerstek werd het kunstgrasveld van HGC de dag voor de wedstrijd uitgetest. Tijdens de wedstrijd moest er door een Dashdame een strafcorner genomen worden en die ging, uit onwennigheid door het kunstgras, niet helemaal zoals die zou moeten waarop een Wassenaarse toeschouwer luid opmerkte: ‘Da’s nou een echte boerenstrafcorner’.
 

Aanleg kunstgras 1987


HGC speelde destijds als een van de eerste hockeyclubs op kunstgras. Het kunstgras was in die periode sterk in opkomst. Doordat de hockeysport zich steeds meer ging richten op kunstgras en Dash daarbij ook nog slechte natuurgrasvelden had, gin­gen vele - vaak de betere - hockeyers hun heil zoeken bij buurverenigingen die inmiddels kunst­gras hadden. Er brak in die tijd wederom een periode aan, zij het een korte, met een terugloop in leden. Maar in 1987 werd een nieuwe mijlpaal bereikt in de historie van MHC Dash doordat de gemeente twee multifunctionele zand-inge­strooide kunstgrasvelden liet aanleggen. Dash kreeg daardoor de beschikking over een veldencomplex dat uniek was in de wereld. Mede door de invloed van deze nieuwe kunstgrasvelden steeg het ledental, dat was gezakt tot rond de 250, in korte tijd weer boven de grens van 300. Ook de prestaties op het veld stegen en in het seizoen 1988 - 1989 kwam het eerste Herenteam dicht bij het kam­pioenschap van de tweede klasse en draaide het eerste Damesteam mee in de top van de tweede klasse. Dash stond toen weer voor een periode van groei en bloei.

Achter het sportieve gebeuren van de vereniging is een organisatie van enthousiaste vrijwilligers nodig, mensen met een hart voor de club, die hun schouders onder de club willen zetten om de vereniging zowel kwantitatief als kwalita­tief te dragen en uit te bouwen. Zo werd in het seizoen 88-89 gestart met het fenomeen ‘Trimhoc­key’; een uur in de week trimmen met bal en stick, onder deskundige leiding, voor geoefende en ongeoefende hockeyers. In die tijd deden praktisch alle leden mee aan de zaalhockey­competitie in de maanden december t/m februari. Dash was daar in het sei­zoen 1988-1989 zeer succesvol in. Beide eer­ste teams promoveerden naar de eer­ste klasse. Dames I werd in het seizoen 1990-1991 zelfs kampioen in deze 1e klasse en promoveerde naar de Hoofdklasse.

Dash profileert zich de laatste jaren enorm. Zo werd eind januari 2003 een groots zaalhockey evenement georganiseerd waarbij de damesinterlands Nederland-Frankrijk die gespeeld werden in de aanloop op de Wereldkampioenschappen in Leipzig het hoogtepunt vormden. Dash trad bij dit evenement op als gastheer voor de C-jeugd uit de drie Noordelijke provincies. Tussen de wedstrijden zijn voor hen zaalhockeyclinics gehouden. 21 verenigingen waren uitgenodigd en ervaren trainers hebben de clinics verzorgd. De vrijdag voorafgaand aan de interlands is er een symposium gehouden voor het promoten van de breedtesport in de provincie Groningen en vond er een business to business meeting plaats. Ook werden er clinics georganiseerd voor niet-hockeyers en was er een demonstratie gehandicaptenhockey. Het waren geweldige dagen voor het hockey en geweldige dagen voor MHC Dash.
In december 2009 is dit evenement herhaald en kwamen opnieuw de nationale teams van Nederland en Frankrijk naar Hoogezand voor een oefeninterland. Natuurlijk werden ook nu weer allerlei activiteiten er om heen georganiseerd, o.a. hockeyclinics voor de C-jeugd van het gehele district.

In 2004 is begonnen met "vaderhockey" als alternatief voor het trimhockey waar veelal dames aan meededen, de naam van het fenomeen "vaderhockey" werd in 2006 echter als achterhaald, discriminerend naar mannen zonder kids en te braaf bevonden. Hockey is immers leuk en een echte sport voor "kerels". Gekozen is voor de naam "hockey voor kerels" en deze naam doet blijkbaar meer recht aan het enthousiasme en incasseringsvermogen van de hockeyende mannen gezien het aantal deelnemers aan "hockey voor kerels".

Het jaar 2004 zorgde ervoor dat Dash weer trots op de accommodatie kan zijn. Het nieuwe semiwaterveld is in dat jaar aangelegd en uiteraard, in de traditie van Dash, zeer feestelijk geopend. Er waren clinics voor de jeugd waarbij iedereen mee mocht doen. Er was een superbrunch met gebakken eieren en pannenkoeken. De opening van het veld door de wethouder en het oplaten van vele ballonnen met kaartje, een spannende hoofdklassewedstrijd, een wedstrijd tussen het G-hockeyteam van Groningen en een combinatie Veteranen Dames 3 en een fijne wedstrijd van dames 1-2 combinatie tegen heren 1. De muzikanten van Hooked on Red speelden in de openlucht en er werd een kunstveiling gehouden, waarbij de opbrengst van 2300 euro gebruikt is voor het renoveren van het clubhuis.

Een ander hoogtepunt in de geschiedenis van Dash waren de Special Olympics in Veendam en Hoogezand-Sappemeer die op 10 en 11 juni 2006 zijn gehouden. Het hockeygedeelte heeft bij Dash plaatsgevonden. 16 teams G-teams streden om de eerste plaats. In de maanden voorafgaand aan de SO heeft een commissie van GHHC, Daring en Dash de voorbereidingen getroffen en op de dagen zelf stonden 50 vrijwilligers klaar om alles perfect te laten verlopen. Gastvrouwen, mentoren, bar en catering personeel, scheidsrechters, tillers en sjouwers, wedstrijdtafels, popcorn, fotograaf, de pretband, 2 absolute superkeepers en natuurlijk Minke Booij hebben hun beste beentje voorgezet om de 120 G-hockeyers twee onvergetelijk dagen te bezorgen. En dat is gelukt!! Vele knuffels, bedankjes en complimenten waren hun deel.

Bé Hindriks
Bé Hindriks

In datzelfde jaar, 2006, is onze erevoorzitter Bé Hindriks onderscheiden met de speld van Lid van verdienste van de KNHB. Eerder ontving hij van het district Noord de Bonds-draagspeld. Dit heeft hij allemaal ruimschoots verdiend door zijn jarenlange inzet voor het hockey in het algemeen en bijdragen aan onze club en aan het district Noord.

Helaas is Bé Hindriks begin 2013 overleden. MHC Dash is met het overlijden van Bé een bijzonder veelzijdig lid verloren en is hem op allerlei gebied veel dank verschuldigd.

Na het 80-jarig jubileum in 2011 is er nogal wat gebeurd bij onze club. In de winter van 2012 is onder leiding van Bert Jan Bruning met hulp van vele vrijwilligers en met de ervaring en kunde van Peter Lamein het clubhuis geheel onder handen genomen. Uitbreiding van de ruimte en een nieuwe bar met behoud van het karakter van ons plekkie is het fraaie resultaat. In datzelfde jaar ontving het bestuur de KNHB bestuurderstrofee omdat ze vernieuwende initiatieven zoals de "blauwe jas” en "sportiviteit en respect” implementeerden en een fikse verbeteringsslag maakten ten aanzien van de spel- en teambegeleiders, de arbitrage en verbetering van de kwaliteit van de trainers en trainingen. Ook in de organisatie zijn goede stappen gemaakt. Inmiddels steeg het ledenaantal gestaag.

De groei van Dash in kwaliteit en kwantiteit maakt dat we een aantrekkelijke vereniging zijn voor (potentiele) leden, voor ouders, voor sponsoren en voor onze gasten. Daar mogen we trots op zijn, maar moeten we ook zuinig op zijn. Een vereniging met meer dan 500 leden vraagt een andere (aan)sturing dan een kleinere vereniging. We zijn gegroeid met ruim 250 leden, waarvan velen geen hockey achtergrond hebben of een Dash achtergrond. Toch zijn we samen een vereniging. Onze slogan "Dash voor iedereen, voor ieder een taak” maakt dan ook dat we open staan voor verandering. Dat toont ook weer de flexibiliteit van Dash. Respect naar het verleden, bewust van het heden en de blik op de toekomst.
Een lijvig beleidsplan Dash2020 is onlangs goedgekeurd op de ALV en middels de uitvoering van dit beleidsplan op de gebieden: accommodatie, organisatie, communicatie, cultuur en natuurlijk hockey zal ook Dash op het volgende lustrum weer laten blijken dat het sprankelt, gezond is en vol vitaliteit. Zo willen we een vereniging zijn en blijven.

De ingrediënten zijn aanwezig om vertrouwen in de toekomst te kunnen hebben en ons sterk te kunnen maken in de aanloop naar het 100-jarig jubileum van MHC Dash!
 
Teams
Goudsponsor
Zilversponsor
Bronssponsor